Blikvangers van 23 t.e.m. 29 maart 2026

Steven D’Haese
De zachte temperaturen van de week hiervoor maakten plaats voor toenemende buienactiviteit, frisse temperaturen en stevige NW-winden.
 
Bij de zeldzamere soorten was de jonge man ijseend van Polderwind nog even een constante. Mooi om te zien hoe het vederkleed van deze jongeling nog steeds in verandering is. Helaas voor wie dacht dat het zomerkleed nu in zicht kwam: na woensdag werd de vogel niet meer gezien.
We kregen nog deze bijzondere overwinteraars te zien: roodhalsfuut (Insteekdok 28.3), strandleeuwerik (Zwin 26.3) . Een wellicht escape krooneend blijft rondhangen in de Wilgenbroeken.
 
De raaf heeft zich vorige en deze week plots aangemeld in een totaal andere modus: waren er deze winter wat solitaire vogels die de kustlijn volgden, dienen er zich nu meerdere vogels tegelijk aan in wat potentiële broedbiotopen zijn: Vloethemveld, Vagevuurbossen, Heideveld-Bornebeek … Mogelijk zijn dit koppels afkomstig uit de Zeeuwse populatie die op prospectie zijn in de bossen van Mergusland. Een andere mogelijkheid is dat het koppel die vorig jaar iets probeerde in het Oost-Vlaamse Drongengoed, zich deze keer bij ons wil vestigen. Van dit duo weten we dat ze na een opzichtige periode van balts, “gezang” en nestbouw, ze plots zeer discreet werden: blijkbaar is het een lastige zaak om geslaagde broedgevallen te bewijzen.
Een opvallende aankomer is ook de steltkluut, 2 exemplaren vanaf 27.03 aan ’t Pompje. Ook dat is een opportunistische soort die in expansie is: in sommige jaren kan grote droogte in Zuid-Europa heel wat koppels naar het noorden drijven. Gezien de afgelopen natte winter in bv. Spanje zit dat scenario er dit voorjaar allicht niet in.
 
 
 
 
Bij de trekbewegingen werd dankzij de nachtelijke geluidsopnames de passage van roerdomp en porseleinhoen vastgesteld (St. Kruis Brugge). Bij de aankomende zomervogels waren er waarnemingen van : zomertaling, kleine plevier, grote stern, boomleeuwerik, zwartkop (veel aankomst), blauwborst (bij koud weer weinig vocaal), roodborsttapuit die de overwinteraars komen vervoegen: veel zang deze week, tapuit (komt op gang), zwarte roodstaart (veel aankomst deze week), oeverzwaluw, boerenzwaluw, rietzanger, de eerste gele kwikstaart en huiszwaluw.
Door het gebruik van de algemene zeldzaamheidsklassen valt deze bijzondere waarneming voor Mergusland helemaal niet op: 2 geelgorzen op 28.03 in Zuienkerke. Rode wouwen worden dan weer bijna een wekelijkse aangelegenheid: op 27.03 dezelfde of 2 vogels respectievelijk in de Assebroekse Meersen en boven Ryckevelde. De eerste zwarte wouw voor 2026 was in Torhout te zien. Gezien de verkeerde windrichtingen was er weinig te melden op de telposten: 1 boompieper op 24.3 en 1 middelste zaagbek op 29.3 (Fonteintjes); 1 gele kwikstaart op 23.3 (Spanjaardduinen) en 1 Europese kanarie (Zwin) springen eruit.
De laatste koperwieken, kramsvogels, kepen, sijzen, barmsijzen reppen zich noordwaarts. 5 soorten spechten laten zich horen in de bossen, zij het wat getemperd door de frisse temperaturen.
Tot nu toe werden deze maand 18.732 waarnemingen ingevoerd die resulteerden in een lijst van 188 soorten.
 
 
Tekst & foto’s : Patrick Keirsebilck (steltkluut, zwartkopmeeuw, kleine plevier, kleine bonte specht, zwarte wouw, boompieper)
Lay-out & publicatie: Steven D’haese
 
De vogelfoto’s van de week zijn louter illustratief en corresponderen soms, maar niet altijd bij de waarnemingen die vermeld worden in de tekst.