Het begin van de week zag een voortzetting van het uitzonderlijke zachte weer, met ochtendmist en weinig wind. Dat veranderde geleidelijk naar wisselvallig weer, frisser en aanzienlijk meer wind uit westelijke richtingen.
De ringsnavelmeeuw zat minder continu in zijn favoriete paardenweide, wellicht hebben de toenemende bemestings- en inploegactiviteiten in de buurt de vogel van zijn vaste trappelplaats weggelokt. Voor heel wat meeuwen is de landbouwstreek tussen Torhout en Zedelgem uitgesproken aantrekkelijk : onderzoek wees uit dat de bodem hier gemiddeld rijker is aan voedzame organismen zoals wormen en emelten. Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom er tientallen zilver- en kleine mantelmeeuwen broeden op industriegebouwen in Zedelgem.
Meeuwen vertonen inderdaad een sterke plaatstrouw aan goede broed- of overwinteringsgebieden. Dat valt natuurlijk het best op bij zeldzame of individueel te herkennen (bv. geringde) exemplaren. Zo komt er een geringde kleine mantelmeeuw al bijna 17 jaar zijn winters doorbrengen aan de brug van Moerbrugge. Beroemd zijn ook de grote burgemeesters van Oostende en de Brouwersdam die jaren naeen present tekenden. En er is ook een straf geval van plaatstrouw bij ringsnavelmeeuw: eentje die maar liefst 8 winters na elkaar naar het gazon voor een tractor-handel in het Zeeuwse Goes terugkeerde. Dit is de tweede winter dat de Torhoutse vogel in zijn natte paardenweide te vinden was. Wie weet bleef hij daar onopgemerkt in voorgaande jaren? Benieuwd ook of de eerste winter kleine burgemeester nog eens terugkeert naar de weide in Westkapelle waar hij op 14/03 opgemerkt werd.
Ook de man ijseend op put Polderwind zit nog ter plaatse : voor het eerst gezien op 7.12.2025 en dus al zijn vierde maand begonnen. Ook de kuifduiker (Achterhaven), strandleeuwerikken (Zwin) en grote pieper (Uitkerke) bleken nog present. Een roodhalsfuut verscheen op 15/03 in de Achterhaven. De twee buidelmezen van Torhout – Waterhoek werden maandag 9/03 voor het laatst gezien.



Bij de aankomende zomervogels was er beweging bij zwarte roodstaart (9/03 Zwin, 10/03 Oedelem), tjiftjaf (maar liefst 34 zangposten gemeld op 9/03), zomertaling (10/03 Uitkerke en 15/03 Kwetshage), zwartkop (10/03 Torhout), mannetje hybride witte x rouwkwik (10/03 Zwin, wellicht zelfde vogel die hier reeds sedert 2022 komt), kwartel (11/03 Vlissegem: dat is waanzinnig vroeg voor deze soort, met normale aankomstdatum 5 mei), kleine plevier (vanaf 12/03 Zwin & Caluwenbroek), grutto (vooral op 12/03).
Bij de doortrekkers vallen op : 4 kraanvogels langs en 6 rouwkwikstaarten in het Zwin, op 9/03 grote groepen overvliegende lepelaars (bv. 100 over Voorhaven), van de 85 buizerds die op maandag genoten van het mooie weer was het verschil tussen trekkers en lokale vogels maar moeilijk uit te maken. Op de duin-telposten was het rustig, zelf geven die geen uitschieters aan : typisch voor deze periode is bv. de doortrek van witte kwikstaart : 222 passeerden er op 12/03.



Tekst: Patrick Keirsebilck
Foto’s:
ringsnavelmeeuw, rouwkwikstaart, zomertaling, roodhalsfuut (Patrick Keirsebilck)
tjiftjaf (Wouter Debruyckere)
steenuil (Patrick Keirsebilck)
Lay-out & publicatie: Steven D’haese
De vogelfoto’s van de week zijn louter illustratief en corresponderen soms, maar niet altijd bij de waarnemingen die vermeld worden in de tekst.

