Resultaten stootvogeltelling in Noord-West-Vlaanderen van 30.01 t.e.m. 08.02 2026

Frank De Scheemaeker

Resultaten stootvogeltelling in Noord-West-Vlaanderen van 30.01 t.e.m. 08.02 2026

Frank De Scheemaeker en Marc De Ceuninck

Inleiding

Sinds 1996 tellen we ononderbroken tijdens een verlengd weekend in januari of februari de overwinterende stootvogels in onze regio. De laatste jaren werd die periode wegens te groot risico op slecht weer dat telweekend, telkens op een tien dagen gebracht.

Dit jaar was dat van vrijdag 30 januari tot en met zondag 08 februari. Het weer was tijdens deze periode relatief stabiel. Veel dagen met zon; weinig met regen. De meeste tellers melden een geslaagde, representatieve telling. Er was dit winterhalfjaar opnieuw zo goed als geen vorst, niet voor het telweekend, niet erna. De polder stond niet zo nat als die in het vorige winterhalfjaar.

De resultaten worden net zoals de vorige jaren per Groot-Gemeente weergegeven

Methode

De vaste tellers krijgen enkele weken voor de telling een kaart van de te tellen gebieden, een invulformulier en een handleiding hoe te werk te gaan. Binnen een bepaald vastgelegd tijdskader tellen ze dan hun gebied. Dit jaar werden heel wat kaarten ontdubbeld omdat we her en der het gerucht opvingen dat het kaartstuk te groot was.

Ook dit jaar kon door Natuurpunt Studie nationaal door een vernieuwing van verschillende programma’s en schermen geen “roofvogelproject Mergus” op aangemaakt worden. We waren dus verplicht de project stootvogelgegevens zelf te destilleren uit alle stootvogelwaarnemingen. Een gigantisch werk en liefst niet meer voor vierde jaar voor herhaling vatbaar.

Telgebied

Het telgebied bleef net hetzelfde als de vorige jaren, namelijk het noorden van de provincie West-Vlaanderen. Er werd geteld van Knokke tot De Haan, voor wat het noorden betreft, en tot boven Torhout en Wingene, voor wat het zuiden van het door ons omlijnde gebied betreft. Het bevat dus de Groot gemeenten Brugge, Knokke-Heist, Damme, Blankenberge, Zuienkerke, De Haan, Jabbeke, Zedelgem, Oostkamp en Beernem en een klein aantal deelgebieden in de omliggende gemeentes Wingene, Ichtegem en Oudenburg. Ook in Groot-Torhout wordt in dezelfde periode als ons geteld.

Alles samen bedraagt de totale oppervlakte zo’n 640 km² verdeelt in ongeveer 290km² polder, kuststreek en havengebied, 300 km² bos- en zandstreek en 50 km² verstedelijkt gebied.

De polders worden voornamelijk gekenmerkt door grote graslandcomplexen en akkers. Het landschap in de zandstreek is op zijn beurt dan meer afwisselend met vrij veel bos, akkers en bebouwing.

De voornaamste boscomplexen zijn het Bulskampveld (Beernem), Vloethemveld (Zedelgem), de kasteelbossen van Oostkamp, Ruddervoorde en Waardamme en de gekende bossen rondom St-Andries en St-Michiels, als Tillegem en Beisbroeck.

De Brugse Stadskern en deze van De Haan, Blankenberge, Knokke-Heist, Loppem, Oostkamp, Jabbeke en Beernem vallen dan weer de noemer van stedelijk gebied.

 

 

Soort bespreking

Buizerd  Buteo buteo

Een middelgrote roofvogel met een brede waaier aan verschillende verenkleden, gaande van bijna volledig zwartbruin tot wit. We zien ze vaak zittend op weidepalen speurend naar een prooi of hoog zwevend boven de bosrand. Ze zijn vaak erg vocaal en hun miauwend piejie is onmiskenbaar.

De buizerd is sinds de eeuwwisseling ook een regelmatige broedvogel geworden. Broedvogels trekken vaak zuidwaarts en worden in de winter vervangen door noordelijker vogels.

Dit winterhalfjaar namen we in totaal 489 Buizerds waar in de regio. Dat is veruit het hoogste aantal ooit geteld en ligt in de lijn van de recente evoluties en verwachtingen.  Dit jaar kwamen de hoogste aantallen uit de regio Brugge, Knokke, Damme, Oostkamp en Beernem. De polders waren dit jaar dus opnieuw relatief dichter bevolkt.

We herhalen dat ook als broedvogel de buizerd het uitstekend blijft doen in de ganse regio.

  Beernem Blankenberge Brugge Damme De Haan Ichtegem Jabbeke Knokke-Heist Oostkamp Oudenburg Wingene Zedelgem TOTAAL
2026 41 38 103 55 24 8 35 65 50 10 32 28 489
2025 60 18 63 40 31 7 27 53 48 12 6 20 385
2024 38 52 44 67 23 9 19 32 59 14 4 10 371
2023 47 51 36 85 20 10 11 52 60 6 5 17 400
2022 68 29 60 61 28 6 15 31 49 15 3 16 381
2021 49 41 61 77 44 10 18 42 25 17 1 20 405
2020 38 39 44 61 33 6 22 27 23 10 3 16 322
2019 60 42 43 77 25 8 14 26 41 7 1 18 362
2018 41 41 25 99 29 9 20 43 19 10 0 13 349
2017 40 26 32 67 13 8 12 26 38 16 4 16 298
2016 26 29 45 53 14 7 10 49 51 4 12 7 307
2015 42 33 34 47 14 7 7 36 19 7 8 9 263

 

 

Torenvalk   Falco tinnunculus

Een middelgrote valk, waarvan de mannetjes zich onderscheiden van wijfjes en jonge vogels door hun blauwgrijze kop en staart. Hij laat zich het vaakst zien boven onze poldergraslanden, waar hij opvalt door zijn ‘biddend’ gedrag op zoek naar muizen, zijn voornaamste voedsel. Net als de buizerd is de torenvalk een jaarvogel in onze kontreien, die op een 70tal locaties broedt, vooral in nestbakken.

We noteerden 173 vogels, wat een opsteker is na het barslechte resultaat van 2025. Ook voor en na de eeuwwisseling kenden we dergelijke schommelingen, wellicht mee bepaalde door het muizenaanbod.

De aantallen liggen door het voedselaanbod en open karakter van zelfsprekend hoger in de polders dan in de zandstreek, vooral de stijging in de Zwinstreek en de Uitkerkse Polders steekt er bovenuit.

De poldercomplexen van Uitkerke en De Haan – Klemskerke – Vlissegem herbergden duidelijk het grootst aantal overwinterende torenvalken, gevolgd door de Knokse,  Brugse en Damse regio. Opvallend weinig exemplaren in de Zandstreek.

  Beernem Blankenberge Brugge Damme De Haan Ichtegem Jabbeke Knokke-Heist Oostkamp Oudenburg Wingene Zedelgem TOTAAL
2026 6 46 22 11 33 2 10 29 10 0 1 3 173
2025 9 10 14 11 23 2 9 9 5 1 2 5 100
2024 13 47 23 32 40 2 11 18 10 8 2 6 212
2023 15 61 21 21 49 2 8 16 13 3 0 3 212
2022 8 19 22 14 28 5 8 13 12 5 0 8 142
2021 0 54 26 22 39 4 13 27 2 8 0 2 197
2020 18 62 18 30 64 0 16 12 9 7 0 1 237
2019 15 38 9 11 14 2 5 17 2 0 0 0 113
2018 14 46 13 27 41 1 6 24 4 8 0 3 187
2017 11 25 16 13 30 2 2 25 5 1 1 3 134
2016 8 56 5 20 21 0 5 36 2 5 0 0 158
2015 6 29 21 12 31 2 5 22 2 7 1 2 140

 

 

Sperwer   Accipiter nisus

Mannetjes zijn klein met blauwgrijze bovenzijde en roestkleurige bandering op borst en buik. Wijfjes daarentegen zijn bruingrijs gebandeerd op de onderzijde. Juveniele vogels hebben donkerbruine bovenzijde. Ze vallen op door hun karakteristieke vlucht met enkele snelle vleugelslagen afgewisseld met korte glijpauzes.

Hij is de derde algemeenste overwinterende stootvogel in onze regio.  Op Europees vlak daarentegen is hij samen met de buizerd veruit de algemeenste.

Deze vogels jagen slechts gedurende enkele uren per dag en houden zich voor de rest schuil in bomen en zijn dus minder opvallend zichtbaar. Je kan ze in alle biotopen en gemeenten aantreffen, tot zelfs in stadstuinen toe.

Net als bij de torenvalk en de buizerd een hoger aantal waarnemingen. De polders en de Brugse regio tekenden het meeste aantal exemplaren op.

  Beernem Blankenberge Brugge Damme De Haan Ichtegem Jabbeke Knokke-Heist Oostkamp Oudenburg Wingene Zedelgem TOTAAL
                           
2026 0 5 10 5 2 0 2 3 2 1 2 2 34
2025 5 0 5 2 2 0 2 1 4 1 0 2 24
2024 7 2 5 3 1 1 1 5 10 0 0 1 36
2023 7 3 7 6 4 0 5 7 10 0 0 4 53
2022 9 3 7 4 4 0 1 4 6 3 2 2 45
2021 2 2 12 3 3 0 2 6 3 0 0 2 35
2020 7 1 5 5 1 0 3 4 3 1 0 3 33
2019 10 0 2 4 0 3 0 4 3 0 0 1 27
2018 7 0 1 5 1 0 3 6 1 0 0 2 26
2017 6 2 6 4 3 2 2 2 2 2 0 1 32
2016 7 1 5 8 1 1 0 3 0 1 1 0 28
2015 2 1 4 3 1 0 0 3 1 2 0 4 21

 

 

Slechtvalk  Falco peregrinus

De spectaculairste stootvogel is ongetwijfeld de slechtvalk. Bijna uitgeroeid in de jaren 60 door pesticiden, jacht en eierroof is deze vogel aan een machtige comeback bezig. Dankzij betere beschermingsmaatregelen en het plaatsen van nestbakken aan hoge torens als alternatieve broedplaats is de Slechtvalk helemaal terug (cfr Mergus bewoonde nest bak op OLV-toren, hartje Brugge in artikel Spille en de bijdragen op  www.mergus.be ). Ook in Damme en Blankenberge ondertussen een vaste waarde als broedvogel in de kerktorens. Verder ontdekten we recent dat ook al een paar jaren een slechtvalk broedt op de ontoegankelijke lng terminal te Zeebrugge.  Sinds 2021 ook soms een nest op éen van de  hoogspanningspylonen te Zedelgem en nu ook te Jabbeke.

We telden opnieuw 19 overwinterde vogels, een stabiel aantal t.o.v. drie winters. Zouden we stilaan mogen aannemen dat het aantal overwinteraars bij ons aan stabiliseren is?. Veel van deze vogels trekken in het voorjaar opnieuw naar hun noordelijker en meer naar het oosten gelegen broedgebieden.

 

  Beernem Blankenberge Brugge Damme De Haan Ichtegem Jabbeke Knokke-Heist Oostkamp Oudenburg Wingene Zedelgem TOTAAL
2026 1 3 6 1 1 0 2 1 3 0 0 1 19
2025 3 1 5 1 1 0 0 7 0 1 0 1 20
2024 3 3 6 2 1 0 0 1 2 1 0 0 19
2023 2 1 6 4 2 1 0 1 5 0 0 0 22
2022 3 3 5 4 2 0 2 7 1 0 1 0 28
2021 3 2 6 3 2 0 2 4 0 0 0 4 26
2020 2 2 8 2 1 0 0 1 2 2 0 1 21
2019 2 8 5 2 3 1 1 1 2 0 0 1 26
2018 3 2 4 1 2 0 0 1 0 0 0 1 14
2017 1 4 6 6 0 0 1 2 1 1 0 4 26
2016 2 6 8 2 1 0 0 2 0 0 0 1 22
2015 1 2 5 2 1 1 0 3 0 1 0 2 18

 

 

Bruine Kiekendief

Deden de buizerd, torenvalk en sperwer het echt goed, de bruine en blauwe kiekendief daarentegen helemaal niet.

De bruine is de grootste van de vier kiekendieven die in onze regio kunnen gespot worden. Het is een typische zomergast en broedvogel, die echter vaak overwintert in onze contreien.

De wijfjes zijn volledig bruin op een beige kop en schouders na. De mannetjes hebben zwarte vleugelpunten en grijze bovendekveren en staart. Typisch zijn hun zweefvluchten met in een V omhooggehouden vleugels.

De vaste tellers noteerden slechts  9 vogels overdag. Dit is bijzonder weinig en was een beetje verwacht door opvallend weinig waarnemingen in het ganse winterhalfjaar. Vogels dit winterhalfjaar bijna alleen in de Uitkerkse Polder en de omgeving van Kwetshage gemeld.

Slaapplaatsen alleen gemeld rond Kwetshaege, Uitkerke en het Pompje van Oudenburg deze winter

 

  Beernem Blankenberge Brugge Damme De Haan Ichtegem Jabbeke Knokke-Heist Oostkamp Oudenburg Wingene Zedelgem TOTAAL
2026 0 4 1 0 1 0 3 0 0 0 0 0 9
2025 1 6 2 0 2 0 4 0 0 1 0 0 16
2024 0 3 1 1 6 0 2 1 0 2 0 0 16
2023 0 3 0 1 12 0 0 0 0 1 0 0 17
2022 0 1 2 0 6 0 0 0 0 4 0 0 13
2021 0 1 1 0 1 0 0 1 0 4 0 0 8
2020 0 0 0 0 0 0 0 0 0 8 0 0 8
2019 0 2 0 2 1 0 0 0 0 4 0 0 9
2018 0 0 0 0 0 0 2 0 0 3 0 0 5
2017 0 1 1 0 1 0 0 0 0 2 0 0 5
2016 0 0 3 1 0 0 0 0 0 4 0 0 8

 

 

 

Blauwe Kiekendief   Circus cyaneus

De blauwe kiekendief daarentegen is een typisch wintergast. Een stukje slanker dan de bruine en het mannetje volledig blauwgrijs met witte stuit, het wijfje en de jonge vogels bruin met witte stuit.

We noteerden dit winterhalfjaar heel weinig vogels, zodat ook de telweek slechts 7 ex.  opleverde.  In tegenstelling tot de vorige winterhalfjaren heel weinig waarnemingen in de zandstreek ten zuiden van Brugge.

Door het uitgebreid onderzoek van Filip de vorige winterhalfjaren weten we dat de vogels heel flexibel zijn in hun dag verspreiding en slaapplaatskeuze en dat onze aantallen altijd een onderschatting zijn van de werkelijke aantallen. Maar dit jaar toch echt wel heel weinig vogels.

 

  Beernem Blankenberge Brugge Damme De Haan Ichtegem Jabbeke Knokke-Heist Oostkamp Oudenburg Wingene Zedelgem TOTAAL
2026 0 3 0 0 0 0 1 2 0 0 1 0 7
2025 1 3 3 1 1 0 1 3 1 0 1 0 15
2024 3 1 2 2 1 0 0 3 1 0 0 0 13
2023 2 3 3 1 2 2 1 1 2 0 0 0 17
2022 1 2 0 0 1 1 0 1 1 0 0 0 7
2021 1 3 1 0 3 0 0 3 0 1 0 0 12
2020 1 3 1 0 0 0 1 1 0 0 0 0 7
2019 2 3 0 0 0 0 0 1 0 0 0 0 6
2018 1 3 0 1 0 0 6 0 0 0 0 0 11
2017 3 0 0 1 0 2 0 4 0 0 0 0 10
2016 0 1 1 2 0 0 1 4 0 0 0 0 9
2015 0 2 0 0 2 0 0 0 0 3 0 0 7

 

 

 

Havik  Accipiter gentilis

De havik kan op het eerste zicht met een sperwer verward worden. Hij is echter een stuk groter en zwaarder gebouwd en in de vlucht zijn vleugels langer en staart korter.

Dit jaar relatief weinig vogels: slechts 5 i.p.v. resp. 10, 7 en 7 in de topjaren. Mogelijks toeval?! Op één na alle waarnemingen in de grote bosrijke complexen als Vloethemveld en Bulskampveld ten zuiden van Brugge, waar hij ook regelmatig tot broeden komt, net zoals in de Zwinstreek, waar ook gemeld.

 

  Beernem Blankenberge Brugge Damme De Haan Ichtegem Jabbeke Knokke-Heist Oostkamp Oudenburg Wingene Zedelgem TOTAAL
2026 0 0 1 0 0 0 0 1 1 0 1 1 5
2025 0 0 2 0 0 0 0 0 0 0 1 1 4
2024 0 0 1 2 0 0 1 2 1 0 1 2 10
2023 0 1 2 0 0 0 0 1 0 0 1 2 7
2022 2 1 2 1 0 0 0 0 1 0 0 0 7
2021 2 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 0 3
2020 1 0 0 0 0 0 0 0 1 0 0 0 2
2019 1 0 0 0 0 0 0 1 0 0 0 2 4
2018 0 0 0 0 0 0 0 0 1 0 0 0 1
2017 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 1 2
2016 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 1
2015 0 0 0 0 0 0 0 1 0 0 0 0 1

 

 

 

 

Smelleken  Falco columbarius

Deze kleine behendige stootvogel wordt een echte zeldzaamheid in onze regio en gans Vlaanderen. Jaagt voornamelijk op zangvogels en nestelt in berken- en wilgenzones op fjells of in moerassen in de taiga. Adulte mannetjes leigrijs met oranje getinte borst; wijfjes bruingrijs met beige borst met zware, donkere strepen.

Na de koude winter van 1978-1979 was het Smelleken een vaste overwinteraar in onze regio en gingen we wekelijks de slaapplaats tellen in de Zwinbosje (tot 12 ex). Rond de eeuwwisseling namen de aantallen fel af en sinds 2014 wordt de soort niet meer op alle wintertellingen waargenomen.

Dit winterhalfjaar liggen er wel opnieuw twee waarnemingen voor door de vaste tellers in de telperiode.

 

  Beernem Blankenberge Brugge Damme De Haan Ichtegem Jabbeke Knokke-Heist Oostkamp Oudenburg Wingene Zedelgem TOTAAL
2026 1 1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2
2025 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
2024 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 1
2023 0 1 0 0 1 0 2 1 0 0 0 0 5
2022 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0 3
2021 1 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 2
2020 0 0 0 1 0 0 0 0 1 0 0 0 2
2019 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
2018 0 0 0 0 0 0 0 1 0 0 0 0 1
2017 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
2016 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
2015 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

 

 

 

Rode wouw Milvus milvus

Geen waarnemingen door de vaste tellers tijdens hun telronde – en ook niet in de telperiode. Toch werd de rode wouw tussen 01 12 2025 en 28 02 2026 25 keer opgemerkt in de regio. Tussen 11/12 en 22/01 heel regelmatig in het Zwin en directe omgeving en ook gevallen uit Assebroek, Damme, Koolkerke, Meetkerke, Klemskerke en Varsenare.

Ruigpootbuizerd  Buteo lagopus

Geen bevestigde/zekere waarnemingen dit  winterhalfjaar

Zeearend Haliaeetus albicilla

De soort in opmars! Niet minder dan 67 meldingen in de periode 1/12/2025 en 28/02/2026, ook twee tijdens de telperiode, maar niet door de vaste tellers opgemerkt: op 04/02 1 ex., eerst over Uitkerke opgemerkt, iets later voor Varsenare.

Een onvolwassen vogel verbleef van 12/12 t.e.m. 03/01 ongebroken in Damme en verder regelmatig gegevens uit vooral Uitkerke en Knokke.

 

Regio Torhout

Ook in Torhout wordt sinds jaren in dezelfde periode geteld. Dit jaar op 30/01.  Geert Carette was zo vriendelijk de gegevens door te sturen, die liggen in de lijn van onze resultaten.

  2023 2024 2025 2026
Buizerd 7 16 37 38
Torenvalk 3 8 4 12
Sperwer 1 2 3 2
Slechtvalk 1 0 3 0
Blauwe kiekendief 0 1 1 1
Smelleken 0 0 1 0
Havik 0 1 0 0

 

  

Dankwoord

We danken alle vaste tellers en medetellers:  Albert Neyt, Antoine Cornelis, Geert De Wispelaere (en telploeg) , Hilde Fontier, Jean-Pierre Verduystert,  Johan Debuck en Valérie Goethals (met medetellers Patrick K en Benny C), Johan Vandepitte, Johnny Mylle,  Karim Neirynck, Lowie Lams, Luc De Cat,  Nicholas Endriatis, Patrick Janssens, Patrick Keirsebilck, Patrick Vandousselaere, Paul Maertens,  Rik De Jaegher, Rik Vande Kerchove, Roland Vannieuwenhuyze, Romain Deloof, Steven D’haese, Wim Jans, Wim Pauwels, Wim Lammerant,  de gemeenschappelijke inspanningen van de  tellers van NP Damme (Emmanuel, Rudy, Robrecht, enz.), NP Beernem (Luc, Kristof, Ruben, enz.) en NP Blankenberge (Franky, Dirk, Bart enz.). Verder ook Luc Maertens met Martin Verbeke en Johny Vanacker in zijn ploeg,  Eddy Becue, Katrien Vanhouteghem, Marc Nollet, Philippe Deprez en Filip Matthys. En tot slot de deelnemers aan de gemeenschappelijke Mergus telling op zondag 01 02 2026.

Onze excuses als ik iemand vergeten ben en aan Filip De Coster, Marc Merckx en Jef Van de Water die door onduidelijke omstandigheden de teluitnodiging niet ontvingen.

Literatuur           Op de www.mergus.be artikelen van de vorige jaren terug te vinden.

Frank De Scheemaeker, www.mergus.be, fds4022@gmail.com

Marc De Ceuninck           marc.de.ceuninck@skynet.be