Blikvangers van 13 t.e.m 19 april 2026

Steven D’Haese
Behoorlijk mooi weer met – opnieuw – nauwelijks neerslag en wind die zowat uit alle richtingen kwam. Het lijkt erop dat we weer een droge periode tegemoet gaan: mooi weer is leuk voor wie met visuele trek bezig is, maar reservaatbeheerders beginnen de wenkbrauwen te fronsen: plas/dras en kleine polderplassen drogen in snel tempo op, en zo verdwijnen er tankstations voor doortrekkers en foerageerplaatsen voor weidevogels.
 
De laatste overwinteraars: op 13/4 werden voorlopig voor het laatst strandleeuwerikken in het Zwin gezien, verder daar ook een enkele rotgans en tot 13 IJslandse grutto’s.
 
Doortrekkers: met de wind deze week meestal uit “verkeerde” richtingen, en beduidend minder aanvoer van vogels uit Zuid – Europa was er iets minder animo op de duintelposten. Vermeldenswaardig waren 1 + 2 zwarte stern, 2 purperreiger, 1 velduil, vroegste grauwe kiekendief ooit, 1 grijze wouw, veel kleine mantelmeeuw, 2 dwergmeeuw, 2 dwergstern, 6 roek, 1 Europese kanarie, 1 hop (auditief).
Meer landinwaarts was het wel duidelijk het moment om op de natste locaties pleisterende steltlopers te bekijken: als schaarsere soorten waren vermeldenswaardig: morinelplevier (Klemskerke), strandplevier (Zwin), krombekstrandloper (Zwin), kleine strandloper (Kwetshage), bosruiter (diverse) en steltkluut. De belangrijkste concentratie voor deze soort was Kwetshage, met een maximum dat bleef steken op 16 deze week. Daarbij ook even een onzeker mannetje Amerikaanse steltkluut. Andere steltkluut-locaties waren een plasje aan het Zeebos, Weiden Rijkswacht Jabbeke. Daarmee heeft de theorie waarbij steltkluten in aanzienlijke aantallen bij ons terecht komen in de jaren dat hun vaste gebieden in Spanje totaal uitgedroogd zijn, feitelijk afgedaan. In Spanje staat er dit voorjaar, na een natte en stormachtige winter, voldoende water in de steltkluutbiotopen. Zouden de vogels die hier geboren zijn, misschien hun soortgenoten meetronen naar het noorden?
 
 
Andere goodies buiten de telposten: vr. krooneend nog tp Wulgenbroeken, kraanvogels op 2 locaties, kwak auditief Nieuwe Vrede, purperreiger tp, op- en overvliegend op 7 locaties, 2 roerdomp tesamen Kwetshage, dwergmeeuw op 2 locaties, visarend op 2 locaties, 1 zwarte wouw, 1 rode wouw, 1 smelleken, 1 rouwkwikstaart, beflijster op 8 locaties en een bijzondere vermelding voor de roodstuitzwaluw aan de Caluwebroekvijver op 18/04.
De nachttrek – microfoon in Sint Kruis kon deze bijzonderheden vastleggen: 1 kwak, 1 boerenzwaluw (een uitgesproken dagtrekker), 1 ortolaan (een uitgesproken nachttrekker), 1 + 1 regenwulp.
 
 
Bij de aankomende zomervogels vielen als schaarsere soorten op : bonte vliegenvanger (zangposten in Wijnendale, Doeveren, Wildenburg, Bulskampveld, Vagevuurbossen …), boompieper (Vloethemveld, Gulke Putten, Zwinbosjes, Vagevuurbossen,…), nachtegaal (veel zangposten in de kustduinen, maar ook in het Kateledeke Brugge, Miseriebocht en de Steenbrugse bosjes), snor (Uitkerke, Kwetshage, Oude Vrede, Fort van Beieren…), gekraagde roodstaart (veel in het Beverhoutsveld, 1 in Doeveren), braamsluiper (buiten de kustduinen langs Vriezengansstraat, kanaalberm thv Kwetshage en Miseriebocht), sprinkhaanzanger (buiten de kustduinen in Uitkerke, Kwetshage) en de eerste wielewaal op 17/4 (duinbos Wenduine). Bij de algemenere soorten was de aankomst van gele kwikstaart, tuinfluiter, kleine karekiet en grasmus duidelijk.
 
We zitten duidelijk in de soorten – rijkste weken van het jaar: voor de volledige maand maart werden er 198 soorten ingegeven, halverwege april zijn dat er al 208.
 
 
Tekst : Patrick Keirsebilck
 
Foto’s :
kleine strandloper, dwergmeeuw, morinelplevier (Patrick Keirsebilck)
roodstuitzwaluw (Jasper Mussche)
roerdomp (P. Vercruysse) 
gekraagde roodstaart (Patrick Keirsebilck)
 
Redactie & lay-out : Steven D’haese
 
De vogelfoto’s van de week zijn louter illustratief en corresponderen soms, maar niet altijd bij de waarnemingen die vermeld worden in de tekst